Motorjacht, December 2007
In Treviso braakt het vliegtuig geroutineerd passagiers en bagage uit. Via Venetië reizen we naar Chioggia in het zuiden van de lagune, waar onze boot klaar ligt. De weg naar Chioggia voert langs grauwe industrie, omgeploegde vette akkers en een steeds maar parallel volgend Canale Nuovissimo. Het laatste stuk van de reis gaat over een dijk door ondiep water met een woud van staken en netten. Dan presenteert Chioggia zich met een industrieterrein en een roestig verteerd schip op de rede. Via de boulevard, gekooid strandplezier en veel beton eindigt de reis in het centrum van Sottamarina.
Na een korte wandeling vinden we de verhuurbasis van “Rendez - Vous - Fantasia”. Op de steiger wacht “Herr Instruktor” al op ons en in prima Duits geeft hij ons een rondleiding door de boot. De kaart die hij overhandigt lijkt tot onze grote ontsteltenis in geen enkel opzicht op een waterkaart die wij gewend zijn te lezen. Deze toeristische routekaart blijkt in praktijk uiteindelijk redelijk goed te voldoen. In tegenstelling tot de kaart die in de havens te koop wordt aangeboden. Die is zo gedetailleerd dat de zwarte inkt de boeien, veerboten, dieptelijnen, havens en restaurants tot één zwarte vlek laat vervloeien.
FLANEREN OP ZONDAG
We maken een zondagmiddagwandeling door de stad en flaneren met de Italianen door de hoofdstraat, lessen de dorst met een groot glas bier op een terras en vinden een restaurant aan het Canale Lombardo Interno. Na de maaltijd kopen we er een fles wijn. De prijs voorspelt een daverende koppijn. In de kuip proosten we op een goede vaart.
Al heel vroeg in de ochtend worden we ruw gewekt. De boot klapt op de golven van de uitvarende vissersvloot . De dag begint met inkopen, fourage sjouwen, koffiedrinken en uitvaren naar het noorden van de lagune. De haven van Chioggia ligt achter ons en eindeloze rijen dukdalven de “bricoli“ wijzen de weg door de vaargeulen, de “Canale “.
Het water is vol met vissersbootjes, modderscheppende werkschepen en snelvarende speedboten.
ROOD,ROOD EN ROOD
Voor Pellestrina wemelt het van geïmproviseerde bouwsels op palen. Een inspirerend schouwspel van lijnen, vlakken en kleuren door vissers gebouwd met de meest uiteenlopende materialen.
Het volgende kustplaatsje Portosecco wordt gedomineerd door een werf met rode hijsinstallaties en een rood geschilderd zeeschip op roodreflecterend water.
Na vele naamswisselingen eindigt het Canale di Caroman als Canale di San Pietro. Hier steken we het Bocca di Malamoco over, de diepe toegang voor de tankers naar de grauwe petrochemische industrie in het westen van de lagune. Door het Canale Rochella langs het Isola Poveglia en de afgebrokkelde kloostermuren van San Spirito wordt steeds meer zichtbaar van Venetië.
Vanaf het Canale Orlando ontstaat er een spannend doorkijkje naar de San Marco. Het Canale di San Nicolo is heel druk met scheepvaart. Veerboten trekken witte strepen, watertaxi’s glijden sierlijke bochten en roestige vaporetti ploegen door het ziltblauwe water.
We leggen aan in een kanaal van het stille en landelijk groene eiland Le Vignole.
Een enkele bewoner slentert er met een boodschappentas langs de kade en sportroeiers in sandolo’s bewegen hun riemen staand door het water. Agritoerisme lijkt de belangrijkste activiteit en er is een openlucht restaurant dat in het seizoen gasten van over het water ontvangt. Het moet heerlijk zijn hier een duik te nemen in het water en onder de bomen te tafelen met het uitzicht op het Arsenaal van Venetië.
Met de vaporetto zijn we snel in de stad. Daar zorgen Armani en Benetton voor het totale contrast tussen modder en luxe in deze lagune.
De volgende dag maken we na het ontbijt los en varen richting Punta Sabioni.
Aan bakboord ligt de oude vesting San Andrea. Vanuit deze vesting werd in vroegere tijden de lagune met een ketting afgesloten om het machtige Venetië tegen indringers te beschermen. Zoals zoveel is ook dit bouwwerk nu in een vervallen staat. Niets is bestand tegen de combinatie van zout, vocht en de beweging van het water.
Boven Le Vignole achter ons zijn de stalen masten te zien van de lichtlijn, die ‘s nachts de 300 graden aanvaarroute in het zeegat markeert.
We varen tegen een ingewikkelde situatie aan. De doorvaart zoals op de kaart getekend blijkt drastisch gewijzigd vanwege de aanleg van de Mose Zeewering. Met veel moeite en hulp van een rib met rode vlag en zwaailicht vinden we de nieuw uitgezette vaargeul. Op Punta Sabioni laden de veer- en rondvaartboten hordes passagiers voor een tocht naar Venetië, Murano en Burano.
Bij Treporti draaien we naar binnen. Helaas blijkt de brug niet meer te openen. Een alternatieve route wordt gekozen. Na het passeren van een paar fraaie villa’s gaat de tocht nu over een breed Canale San Felice. Vissers liggen met hun bootjes voor anker. Zij scheppen garnalen met een net aan een 7 meter lange stok.
SILHOUETTEN EN TEGENLICHT
Canale del Bari. Lucht, water, schorren en bricoli. Een minimalistisch landschap ligt voor ons. Het getij is de enige actie.
Bij Lio Maggiore omgekeerd. Met de stroom mee vaart de boot rap door. Rijen bricoli verspringen ten opzichte van elkaar. Er ontstaan spannende composities met silhouetten en tegenlicht.
De kerktoren van Torcello is overal te zien en herinnert ons aan de bewoonde wereld. We besluiten het eiland te bezoeken. Canale San Antonio brengt ons aan de achterzijde van het eiland Torcello.
Hier in het Canale di Torcello buigen vissers zich over de rand van hun bootjes. Zij graaien krabben uit kistvallen die aan lijnen in het water hangen.
Bij de 11e eeuwse Fosca Basiliek nodigen splinternieuwe aanlegsteigers uit tot een wandeling en een glas bier. Vreemd idee dat Torcello in de 10e eeuw nog 10.000 bewoners had. Nu telt het eiland nog maar een handvol huizen. De bouwmaterialen zijn verhuisd naar Venetië. Maar aan de kerk heeft niemand zich blijkbaar durven vergrijpen.
STUITEREND DOOR DE NACHT
We steken over naar Burano. De kleurige huisjes en boten vormen een bont pallet aan de voet van de kerktoren,die gevaarlijk scheef hangt. Bij de brug naar het naburig eiland is een kade met palen voor de overnachting. De boot ligt de hele avond te stuiteren op de golven van de motorboten. Met de maximum snelheid neemt men het hier niet zo nauw. De vaporetti varen af en aan, halen toeristen, brengen bewoners. Tegen de avond is het eiland weer op de toeristen herwonnen.
De volgende dag varen we langs Torcello door het Canale Silone naar Portigrande. Er heerst ultieme rust in dit deel van de lagune. Zelfs de blinkende vliegtuigen stijgen in stilte op van Airport Marco Polo. Vervreemdend hangen enorme netten als trampolines aan palen boven het landschap.
Uiteindelijk eindigt het kanaal tussen de watersportbedrijven voor het sluisje in Portigrande.
Met de stroom mee terug voorbij Mazzorbo, de ruïnes van Ile Madonna del Monte. Hier houden de lokale schippers opvallend strak de vaargeul aan. Het wordt wel heel krap wanneer twee vaporetti en een watertaxi ons tegelijk passeren. De glasfabrieken van Murano komen in zicht.
Voor Murano het drukke Canale del Marani op. De vage skyline van Venetië houden we aan stuurboord. Langs Le Vignole passeren bootjes met groente en fruit van Sant’Erasmo, het landbouweiland. Dan naar de Ilsola Sant Francesco del Debero. Voor het klooster leggen we aan en wandelen naar de kapel. Alles is gesloten en in ruste. Behalve twee bouwvakkers zij hijsen een groot houten kruis op zijn fundering.
Het plan was hier te overnachten, maar deze stilte en beperkte bewegingsruimte wordt ons toch wat te benauwd. Liever eindigen we de dag in het rumoer van Burano. Het is er leuk boodschappen doen. Naast kant is er volop keus in diverse kleine winkels. We worden bijzonder plezierig geholpen. Met groente, vers brood, mosselen, scampi’s en een goede fles Venetiaanse witte wijn slenteren we terug naar de boot.
CHARMANT DRUILERIG
De vierde dag start met het voorziene druilerige weer: geen regen, geen zon, geen wind. Toch charmant dat we dit ook mogen beleven. Murano en Venetië staan grijs op de horizon. We varen de drukke waterrondweg om de stad langs het Arsenaal, Sant Elena en over het Baccino di San Marco. Een imposant cruiseschip legt aan. De verhoudingen met de gebouwen op de kade is volledig zoek.
Het wordt weer stil om ons heen. We zijn op weg naar het minder fraaie deel van de Lagune. Een vaporetto vaart tegemoet en daarna snijdt ons bootje weer eenzaam door het gladde water. In de verte zijn de contouren van de lelijke industrie bij Marghera al waar te nemen.
Aan het einde van Canale Nuova di Fusina komen grote zeeschepen in zicht.
Het vrijwel rechte Canale Malamocco is twaalf meter diep. Veel bewoners van de lagune menen dat dit kanaal in belangrijke bijdraagt aan de ontregelde waterhuishouding. De saaiheid slaat toe. Gelukkig kunnen we zo nu en dan tegen passerende zeeschepen op kijken.
Uiteindelijk bereiken we het kronkelende Canale di Valgrande. Een dun zonnetje geeft een mooi lijnenspel van palen en netten op het water. We naderen het einde van de laguneverkenning. Gioggia komt in zicht.
Als toegift nog even langs het scheepswrak voor de kust voor een laatste mooi plaatje.